Waarom krijgen sommige gebieden de ene aardbeving na de andere te doorstaan? Waarom komt een vulkaan plotseling tot leven? Hoe zit het nu werkelijk met de gevolgen van ontbossing, erosie en het gat in de ozonlaag? Waarom is de armoede zo ongelijk verdeeld over het aardoppervlak? Wat betekent het om in een derdewereld-land te wonen of in een verenigd Europa? Om je land te zien veranderen van een agrarisch in een toeristisch gebied?
Het zijn letterlijk ‘wereldvragen’ waarin een studie aardrijkskunde je inzicht biedt. Bij de Lerarenopleiding Aardrijkskunde van de Hogeschool Rotterdam verdiep je je zowel in de sociale geografie als in de fysische geografie. Je maakt kennis met onderdelen van de sociale geografie (vakken als Politieke Geografie, Economische Geografie, Mainport, Ontwikkelingsgeografie) en met onderdelen van fysische geografie (bijvoorbeeld Geologie en Geomorfologie, Weer en Klimaat, Mileugeografie, Nederlands Landschap). Landen en werelddelen krijgen specifieke aandacht, zowel vanuit het sociale als het fysische perspectief.
En omdat je als toekomstig geograaf niet alle verschijnselen vanuit je studeerkamer kunt bestuderen, ga je regelmatig op excursie. In Nederland, maar soms ook ver over de grenzen zoals naar de Ardennen en Ghana.

