Opleiding in het kort

Propedeuse
Het eerste jaar is het propedeusejaar. Dit jaar is een gemeenschappelijk jaar waarbij je nauwelijks in aanraking komt met je eigen vak, je krijgt wel wiskunde en natuurkunde. Wel wordt er in dit jaar gekeken of er bijgespijkerd moet worden. Je oriënteert je daarnaast op de verschillende aspecten van je vak en op je toekomstige beroep als leraar. Ook ga je al snel aan de slag op een school, waarbij je niet alleen toekijkt, maar ook assisteert bij het onderwijs. De school waarop je terechtkomt, is dus net zo goed jouw opleider als de hogeschool.

Hoofdfase
De hoofdfase begint na het eerste jaar. Hier ga je wel aan de slag met je eigen vak. Je verbreedt en verdiept je kennis en vaardigheden tijdens de dagen dat je les volgt. Daarnaast loop je een aantal dagen per week stage. In het tweede, derde en vierde jaar voer je je werk op school steeds zelfstandiger uit. In het derde jaar werk je nog als docentassistent in de klas. Rond je dat met een voldoende af, dan ben je in het vierde jaar officieel leraar-in-opleiding (LIO). Aan het eind van de opleiding ben je ‘startbekwaam’.

Werkvormen
Het lesprogramma van de lerarenopleidingen is praktijkgericht en afwisselend. Je krijgt te maken met een mix van werkvormen: colleges en werkgroepen, rollenspelen, projecten, excursies en studiereizen. Veel onderdelen brengen je in contact met studenten van andere vakken binnen de lerarenopleidingen; bij de keuzevakken tref je zelfs studenten van heel andere richtingen.