Propedeuse
Al vanaf het eerste jaar worden kennis en vaardigheden dicht bij elkaar gebracht. De theorie komt aan bod via geïntegreerd onderwijs. Dit onderwijs is belangrijk om theorie te kunnen vertalen naar de praktijk en om verschillende kennisgebieden met elkaar in verband te kunnen brengen. De praktijk komt aan bod in de lessen ‘verrichtingen’, waarin je vaardigheden leert aan de hand van omschreven patiëntenprofielen. Het propedeusejaar is bedoeld als oriëntatie. Je kijkt of de opleiding en het beroep passen bij jouw aanleg en interesse.
Je maakt kennis met verschillende facetten van het beroep en met de beroepspraktijk. Daarom krijg je al vanaf het begin veel praktijkvakken en loop je een korte stage. Het eerste leerjaar heeft behalve een oriënterend ook een selecterend karakter. Aan het einde van het eerste leerjaar krijgt elke student van de opleiding een advies: doorgaan of uitzien naar een andere opleiding. Dat laatste advies is bindend.
Hoofdfase
In het tweede en derde leerjaar neemt de combinatie van theorie en praktijk een grote plaats in. Aan de hand van nieuwe patiëntenprofielen neemt de complexiteit van de vaardigheden en het proces van ‘methodisch handelen’ toe. In het projectonderwijs voer je samen met studenten uit andere opleidingen (paramedisch en sociaal-agogisch) gedurende een half jaar een groot multidisciplinair praktijkproject uit, dat gericht is op grote-stadvraagstukken. Het accent van de opleiding komt steeds meer op de praktijk en het leerproces van de individuele student te liggen. In het derde jaar start je met stages en in het vierde jaar met een minor (specialisatie).
Werkvormen
Tijdens de opleiding leer je de vaardigheden die je als fysiotherapeut nodig hebt. Deze vaardigheden zijn te onderscheiden in de fysiotherapeutische ‘skills’ (massage, articulair bewegen, oefenen & sturen) en vaardigheden op het gebied van communicatie, zelfreflectie en groepsprocessen.
De fysiotherapeutische vaardigheden oefen je, naast de praktijklessen, met elkaar. Uiteraard bieden we gedurende de hele opleiding studiebegeleiding aan.
Elke student en elke groep wordt begeleid door een docent met wie je je studievoortgang kunt bespreken. Minimaal drie maal per jaar voer je een individueel gesprek met deze studieloopbaancoach. Ook de groep als geheel voert gesprekken met deze coach.
Basisprogramma
Alle studenten van de hogeschool krijgen een aantal basisvakken. Je leert hier bijvoorbeeld hoe je op een professionele manier een presentatie kunt geven en hoe je je schriftelijk correct uitdrukt. Het basisprogramma bestaat uit vakken als communicatie, informatica, taalvaardigheden, studievaardigheden, organisatiekunde en onderzoeksvaardigheden.
Je wordt opgeleid om zorgvuldig met de mensen die jouw hulp inroepen om te gaan. Respect voor de ander en voor zijn of haar privacy en het goed omgaan met de vertrouwensrelatie, met alle kwetsbare en emotionele kanten die daaraan vast zitten, zijn belangrijke aandachtspunten in je opleiding. Je wordt aangemoedigd een visie op gezondheid en ziekte te ontwikkelen.

