Opleiding

Tijdens de opleiding leer je hoe je mensen met gezondheidsproblemen begeleidt en adviseert bij dagelijkse handelingen op het gebied van wonen, werk en vrije tijd. Het maken van een behandelplan dat aansluit op de individuele mogelijkheden van cliënten komt aan bod, evenals de adviserende rol van de ergotherapeut in het kader van de Arbo-wetgeving en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Ergotherapie is een voltijdopleiding. Je wordt opgeleid tot beginnend ergotherapeut die beschikt over de competenties die door de Nederlandse opleidingen Ergotherapie, in overleg met beroepsvereniging Ergotherapie Nederland, zijn vastgesteld. Daarmee wordt bedoeld: kennis,  vaardigheden, beroepshouding en onderliggende persoonskenmerken die je in staat stellen om als ergotherapeut te werken.

Propedeuse
De propedeuse bestaat uit vier kwartalen van tien weken. Het eerste kwartaal is een inleiding op het beroep en het studeren op Hogeschool Rotterdam. Je leert omgaan met N@tschool (de digitale leeromgeving) en leert hoe de opleidingsstructuur in elkaar zit. Je maakt kennis met de drie segmenten van de ergotherapeutische beroepscompetenties:
- Werken met en voor cliënten
- Werken in en vanuit een arbeidsorganisatie
- Werken aan de ontwikkeling van het beroep

In de volgende kwartalen werk je aan de beroepscompetenties van het segment ‘werken met en voor cliënten’: diagnosticeren, behandelen en begeleiden en adviseren in de ergotherapie. Ieder kwartaal staat één van deze competenties centraal. Daar zijn dan cursussen aan gewijd, bijvoorbeeld beroepsvaardigheden, analyseren en ergotherapeutisch handelen. De theoretische kennis verwerf je in de lessen. Aan de hand van praktijksituaties oefen je vaardigheden die je als ergotherapeut nodig hebt. Een nadere kennismaking met het beroep vindt plaats in een beroepsoriënterende stage. Verder delen gastsprekers uit de praktijk in hoorcolleges hun kennis en ervaring.

Hoofdfase
In het tweede jaar staan de beroepscompetenties van ‘werken met en voor cliënten’ nog steeds centraal. Hierbij worden behandelmodellen uitgediept voor bepaalde (ergotherapeutische) diagnosegroepen. Enkele voorbeelden zijn:
- Het belasting- en belastbaarheidsmodel bij cliënten met reuma
- Het motorcontrolmodel voor cliënten met aandoeningen van het centrale zenuwstelsel
- De ergotherapeutische behandeling van cliënten met psychiatrische of psychogeriatrische problemen

In het laatste kwartaal van dit jaar verdiep je je nog eens in de onderwerpen waarvan je zelf meer wilt weten voordat je op stage gaat. Naast het vergaren van kennis volg je lessen op verschillende locatie in de beroepspraktijk (zogenaamde klinische lessen). Je kijkt bij een aantal instellingen mee met behandelingen en adviezen van ergotherapeuten.
De twee andere segmenten van de ergotherapeutische beroepscompetenties ‘werken in en vanuit een arbeidsorganisatie’ en ‘Werken aan de ontwikkeling van het beroep’ komen op allerlei manieren aan de orde. Bijvoorbeeld in de samenwerking met logopedie- en fysiotherapiestudenten en de cursussen waarin je wordt geleerd hoe je bijblijft op het gebied van de nieuwste ontwikkelingen in het beroep ergotherapie.

In de eerste twee kwartalen van het derde jaar zul je, naast je stage, enkele vakken krijgen ter ondersteuning en verdieping van je stage. In de hoofdfase volg je een minor, waarbij je een project uitvoert voor een externe opdrachtgever binnen een door jou zelf gekozen thema, bijvoorbeeld kind en jeugd, ouderen, arbeid en gezondheidszorg of eerstelijnszorg.

Werkvormen
Je krijgt in alle studiejaren te maken met een mix aan werkvormen. Er zijn werkcolleges op het gebied van medische vakken en analyseren. Daarnaast zijn er in het eerste jaar vaardigheidstrainingen in kleine groepen, bijvoorbeeld op het gebied van rolstoelrijden, tillen en verplaatsen, het afnemen van ergotherapeutische observaties en testen,
communicatievaardigheden, informatievaardigheden en rollenspellen. En je krijgt studietaken aan de hand van echte ergotherapeutische problemen uit de beroepspraktijk. Die ga je in kleine groepjes oplossen, dit wordt ook wel PGO (Probleem Gestuurd Onderwijs) genoemd. Vanaf het tweede studiejaar krijg je ook projectonderwijs. Je werkt samen met studenten uit andere studierichtingen aan projecten in de stad Rotterdam. In elk studiejaar is er ruimte voor lessen in de beroepspraktijk en/of stages. Hoe verder je in je opleiding bent, hoe zelfstandiger je die stage uitvoert.